Het Kleuker orgel wordt volledig omgebouwd tot een instrument met de klassieke Hollandse verdeling van Hoofdwerk, Bovenwerk (in zwelkast), Rugpositief en Pedaal.

Het totaal van 44 registers wordt over deze werken verdeeld.

Bovenaanzicht orgelkas

Frontaanzicht orgelkas

Hergebruikt worden: windladen (met uitzondering van de borstwerkwindlade) en het pijpwerk.

Toets- en registermechaniek wordt volledig nieuw gemaakt evenals alle frontpijpen. De labiums worden met goud belegd.

Als rugwerkwindlade wordt de hoofdwerkwindlade uit het voormalige Willem van Leeuwen jr. orgel uit Vianen gebruikt. Deze windlade wordt ontdaan van het VeKa systeem en gerestaureerd.

Ook de speeltafel met 3 klavieren en pedaal van het van Leeuwen jr. instrument wordt opnieuw gebruikt. Het 3e klavier is nooit gebruikt i.v.m. een nooit uitgevoerde uitbreiding. De toetsen zijn met ivoor belegd.

Speeltafel

De eiken orgelkast wordt geheel nieuw gemaakt.

Het lofwerk (versieringen orgelkast) zal zoveel mogelijk door gemeenteleden worden gemaakt.

Voor de klank wordt uitgegaan van “zangerig barok” en zal hoofdzakelijk overeenkomen met de klank van het Bätz orgel in de Evangelisch Lutherse kerk in Den Haag.

Het romantische Bovenwerk wordt in een zwelkast geplaatst.

De windvoorziening wordt “ademend” aangelegd.

Hoofdwerk, Bovenwerk en Rugpositief worden elk voorzien van een aparte tremulant en de inliggende balg van het Bovenwerk wordt uitgeschakeld.

De nieuwe dispositie is geheel afgestemd op de muzikale praktijk in de Ichthus-gemeente.

Hoofdwerk        Zwelwerk                Rugwerk          Pedaal

Prestant 8’        Salicionaal 8’         Prestant 8’      Prestant 16’

Bourdon 16’       Baarpijp 8’            Holpijp 8’         Subbas 16’

Roerfluit 8’        Quintadeen 8’        Octaaf 4’        Roerquint 12’

Octaaf 4’          Viola di Gamba 8’    Roerfluit 4’      Octaaf 8’

Gedekt 4’          Vox Celeste 8’       Quintfluit 3’     Gedekt 8’

Quint 3’            Fluit 4’                 Octaaf 2’         Octaaf 4’

Octaaf 2’          Nasard 3’              Quint 1 1/3’     Bazuin 16’

Mixtuur 6 st.     Woudfluit 2’           Tertiaan 2 st.  Trompet 8’

Scherp 3 st.      Flageolet 1’           Scherp 4 st.    Cornet 4’

Cornet 5 st.      Vox Humana 8’       Dulciaan 16’

Trompet 16’      Fagot 16’              Schalmei 8’

Trompet 8’        Hobo 8’

Tremulant Hoofdwerk

Tremulant Zwelwerk

Tremulant Rugwerk

Koppels:

Hoofdwerk-Zwelwerk

Hoofdwerk-Rugwerk

Pedaal-Hoofdwerk

Pedaal-Zwelwerk

Pedaal-Rugwerk

 

De meest opmerkelijk wijzigingen t.o.v. de huidige dispositie zijn:

Plaatsing van een Cornet 5 sterk op het Hoofdwerk. Deze Cornet komt vlak achter het front te staan (op bank).

De Trompet 16′ en Trompet 8′ op het Hoofdwerk worden nieuw gemaakt in Bätz factuur.

De huidige Trompet 16′ komt als Fagot 16′ op het Zwelwerk en de huidige Trompet 8′ komt als Schalmei 8′ op het Rugwerk.

Quintadeen 8′ + Baarpijp 8′ + Vox Humana 8′ vormen het “Hollandse trio” op het Zwelwerk.

De Bazuin 16′ (hout) en Trompet 8′ van het Pedaal worden opgeschoven en krijgen nieuwe kelen en tongen.

Het integreren van een compleet zwelwerk (Bovenwerk) met voornamelijk “strijkende” registers.

 

In februari 2011 werd het ontwerp van het orgelfront afgerond.

Alle werken (Hoofdwerk, Bovenwerk, Rugwerk en Pedaal) worden verdeeld naar “Hollands” model.

Totale hoogte ca. 10 meter, totale breedte ca. 6,20 meter.

Ook de speeltafel en registers worden naar de “Hollandse” traditie ingedeeld.

1e klavier: Rugwerk

2e klavier: Hoofdwerk

3e klavier: Bovenwerk (in zwelkast)

Zowel links als rechts van de speeltafel worden de in totaal 52 registertrekkers ingedeeld (4 horizontale rijen).

De trede voor de zwelkast krijgt rechts boven het pedaal een plaats.

 

Qua profilering van de orgelkas is gekozen voor een hoekige, rechte variant.

De spitse middentoren van het Hoofdwerk wordt geflankeerd door 2 niet symmetrische spitse pedaaltorens.

De tussenvelden worden ook spits uitgevoerd.

Het lofwerk is op het frontaanzicht nog vrij strak en recht. Dit kan nog wijzigen in een meer “krullige” variant.

Ook over de verdere aankleding van de orgelkas moet nog verder gedacht worden en volgt in een later stadium.